Aussie
Het begin van australie begon niet super goed. Vanwege mist op het vliegveld van Sydney konden we daar niet landen en werden we door verwezen naar Melbourne. Daar kwamen we zo laat aan dat er geen vlucht terug was naar Cairns dus ik had me aansluiting op Sydney al gemist en nu moest ik ook nog een nachtje in Melbourne blijven. De volgende ochtend meteen de eerst vlucht gepakt en toen toch uiteindelijk aangekomen in Cairns waar Jim al stond te wachten. Ik was nog bruiner gekleurd dat hem!! Hij verklaarde al dat hij de laatste tijd bijna elke dag heeft moeten werken en de zon alleen in zijn pauze heeft kunnen zien. Maar dat betekent natuurlijk niet dat ik hem er niet mee kan pesten.
We zijn met de auto meteen vertrokken richting huiswaarts. Dat is dus niet in Cairns maar 30 a 40 min rijden ervandaan genaamd Clifton Beach en hij werkt in het dorpje ernaast Palm Cove. Alles is gelegen aan zee met palmbomen en mooie stranden. Ideaal natuurlijk. Het huis is nu alleen nog maar bewoond door Jim dus ik kon een kamer uitzoeken want het ‘staffhouse’ is een villa met zwembad en een reusachtige achtertuin en meerdere kamers. Over 2 weken zullen er nieuwe werknemers komen. Nadat ik me spullen had gedumpt zijn we rond gaan lopen. Om bij Palm Cove te komen moet je door een park gaan. S’avonds is het best eng omdat er geen verlichting is en je hoort de vreemdste geluiden. Er zijn vogels die geluiden maken dat klinkt dan net alsof er apen in de bomen hangen. Er staan ook overal waarschuwingsborden voor krokodillen en het wordt heel normaal gevonden om slangen en vleermuizen tegen te komen. Niet altijd een pretje dus als je geen zaklamp bij je heb.
Toen we dus door het park heen liepen zagen we ook een kleine walibi iets verderop zitten. Meteen op mijn eerste dag al een kangoeroe gezien! Daarna zijn we op het strand gaan chillen want ik moet toch m’n jetlag verwerken. We zijn ook boodschappen gaan doen en ik kwam erachter dat alles 2x zo duur is als in Nederland. Dus dat wordt beetje krap leven. Jim moet nog 1,5 week werken en heeft nu een week vrij dus we kunnen nog zat doen.
We zijn een dag naar Port Douglas gegaan. Dat is een klein stadje in het noorden. Het wordt door veel backpackers bezocht. Het heeft ook een heel mooi stuk strand en mooie plekken om te picknicken enz. Er zijn ook bij alle stranden plekken waar je gratis je eten kan koken. Iedereen kan er gebruik van maken. Het zijn 2 grote platen waar je op kan bakken en het is gratis. Ideaal voor backpackers maar je ziet ook dat gezinnen er veel gebruik van maken. We zijn ook meerder keren naar de stad gegaan (Cairns) waar je een public pool heb waar iedereen op het grasveld kan zonnen of het water in kan lopen om te chillen. Heel relaxed. S ’avonds zijn we ook een paar keer uitgegaan en dan kom je echt de backpackers tegen. Cairns is namelijk aardig populair voor reizigers. Er is werk te vinden en je kan er vrij goedkoop een kamer vinden. In Cairns hebben we ook onze van KIKI gekocht.
Eigenlijk is er verder niet veel te doen. Er zitten hier overal beach resorts voor de wat rijkere mensen. Het is niet bepaald ideaal voor backpackers om hier lang te blijven. Er is wel goed geld te verdienen maar thats it. elke zaterdag is een Karaoke avond in de enige bar die op dat tijdstip open is. Daar moeten we dan onze lol uit halen. Verder zijn er super veel trouwerijen hier vanwege het bijna altijd mooie weer en omgeving. Dus als we niet in het staffhouse zitten dan zijn we op het strand te vinden. Na een paar dagen heb je het allemaal wel gezien dus zodra Jim klaar was met werken zijn we naar Cape Tribulation vertrokken om daar rond te kijken.
Cape Tribulation werd onze eerste camping. We hadden besloten er 2 dagen te verblijven. Het water was te ruw dus we konden helaas niet snorkelen want er bleken veel zee schildpadden in de buurt te zijn maar het water was niet helder genoeg om rond te kijken. In de avond was er geen wolkje aan de lucht dus de sterren zijn dan zo mooi zichtbaar. Zonde dat ik er geen foto van kon nemen. Later op de avond heb ik de pingpong kampioen van de camping verslagen. Verder hebben we een beetje de jungle verkend en zijn we hagedissen en leguanen tegen gekomen. Ook hebben we een soort van struisvogel gezien maar dan 2 koppen kleiner en te snel voor mij om het op de camera vast te leggen.
Na Cape Tribulation zijn we vertrokken richting Cooktown. We hadden een weekje terug al gehoord dat er ergens in de buurt van Cooktown een festival zou zijn dat een week zou duren en wat we voor geen goud mochten missen en het zou ook 1 van de laatste festivals van het seizoen zijn. Dus begonnen we de lange weg van meer dan 250 kilometers richting Cooktown. We moesten in het begin bergop en onze Van KIKI trok het maar net.. We hebben sommige stukken alleen maar in de 2e versnelling kunnen doen, omdat het gewoon te steil was voor KIKI. Het busje komt uit 1984 maar de motor is nog sterk en we geloofden in haar. Dus met hier en daar een ‘schouderklopje’, aanmoedigingen en veel geluk kwamen we aan op de top. Daarna waren het lange rechte wegen door een woestijn van bomen en droogte.. Onderweg zagen we om de zoveel kilometer dode beesten, van kangoeroes, konijnen enz tot zelfs koeien. En ze liggen te rotten aan de zijkant van de weg tot ze worden opgegeten door de roofvogels die overal in de lucht hangen net zoals de gieren doen in Afrika.
Verder kom je soms niemand tegen en dan ineens uit het niets rijd er dan een super mega grote vrachtwagen langs, zo eentje waardoor de vrachtwagens in Nederland op minibusjes lijken. Dus na een paar uur kwamen we aan in Cooktown. Een mooi klein havenstadje waar we wat voorraad konden inslaan aangezien we hadden gehoord dat het festival midden in de jungle zou zijn en er geen supermarkt in de buurt is. Dus hadden we voor 4 dagen aan eten en drinken gehaald bij de lokale supermarkt. Het was al donker aan het worden dus we besloten de avond in Cooktown te blijven en dan vroeg naar het festival te rijden om een goed plekje voor de bus te vinden voordat het te druk zou zijn.
Reacties
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}